DDT-verontreiniging: homogeen of heterogeen?
Nieuwsoverzicht
29 januari 2010, 10:15

Richtlijn nader onderzoek niet meer bruikbaar
Op een perceel van een oude boomgaard zijn twee bodemonderzoeken uitgevoerd. De twee verschillende onderzoeksmethoden leiden tot twee verschillende conclusies. Is de verontreiniging nu heterogeen en is sanering nodig, of is de verontreiniging homogeen en is geen sanering nodig? De richtlijn nader onderzoek is achterhaald. In plaats daarvan moet voor het uitvoeren van het bodemonderzoek maatwerk worden geleverd.

Een perceel is verdacht voor de aanwezigheid van DDT. Dit omdat het perceel gebruikt is als boomgaard in de periode dat DDT als bestrijdingsmiddel werd toegepast. Bureau A voert een bodemonderzoek uit volgens de hypothese ‘onverdacht’. De bovenlaag wordt als verdacht beschouwd. Bij alle boringen wordt ook de laag van 0 tot 0,25 m –mv. onderzocht op DDT. In één monster wordt de interventiewaarde overschreden. Daarom is rondom de plaats van de aangetroffen verontreiniging nader onderzoek uitgevoerd. Voor dit nadere onderzoek is geen specifiek protocol gevolgd. Met dit nadere onderzoek is de omvang van de verontreiniging vast gesteld. De conclusie uit dit onderzoek is dat het een geval van ernstige bodemverontreiniging betreft (meer dan 25 m3 grond is verontreinigd boven de interventiewaarde).

Conclusie bureau A (nader onderzoek, strategie maatwerk):
Op het perceel is een heterogene verontreiniging. Een sanering moet worden uitgevoerd om het perceel geschikt te maken voor het voorgenomen gebruik.

Hierop besloot de eigenaar van het betreffende perceel opdracht te geven aan bureau B voor een second opinion. Bureau B besloot om het perceel opnieuw te onderzoeken maar dan volgens de “Richtlijn nader onderzoek deel 1 voor specifieke categorieën van gevallen van bodemverontreiniging” (verder Richtlijn nader onderzoek). Deze richtlijn stamt uit 1995, maar dit is wel de meest recente richtlijn over het inrichten van een nader bodemonderzoek. Het gebruik van niet- of slecht afbreekbare bestrijdingsmiddelen wordt in deze onderzoeksstrategie als voorbeeld genoemd. De strategie volgens de richtlijn lijkt daarmee bruikbaar. Bureau B voert het onderzoek volgens deze strategie uit. Het hele perceel is ingedeeld in een aantal vakken en per vak zijn analyses uitgevoerd. In het onderzoek is geen overschrijding van de interventiewaarde aangetroffen. Alle vakken hebben een vergelijkbare kwaliteit. Om na te gaan of de verontreiniging werkelijk homogeen is heeft bureau B ook de toetsing uitgevoerd die bij deze strategie hoort. Hieruit bleek dat de gehalten voldoen aan de toets voor homogene verontreiniging. Dus concludeert bureau B dat de strategie terecht is gebruikt.

Conclusie bureau B (strategie volgens Richtlijn nader onderzoek):
Op het perceel is een homogene verontreiniging. Er is geen saneringsverplichting vanuit de WBB om het perceel geschikt te maken voor het voorgenomen gebruik.

Wat nu? Is het volgen van de Richtlijn nader onderzoek juist?
De gemeente heeft de onderzoeken voor advies voorgelegd aan de provincie. De provincie heeft dit beschouwd als een artikel 41 melding. De provincie besluit dat het wel een geval van ernstige bodemverontreiniging betreft. Met de resultaten van het onderzoek van bureau A, kan niet meer worden uitgegaan van een homogeen verdeelde verontreiniging. Inmiddels is een saneringsplan ingediend bij de provincie.

De Richtlijn nader onderzoek is achterhaald en kan niet zonder meer worden gevolgd. Het onderzoek van bureau B is wel nuttig, omdat daaruit blijkt dat de rest van het onderzochte perceel ook niet schoon is. De kans is reëel dat ook op andere plaatsen een sterk verhoogd gehalte aan DDT wordt aangetroffen, die bij het onderzoek van bureau A zijn ‘gemist’.

Contact
Wilt u meer informatie? Neem dan contact op met Erik Spierings, telefonisch via 073 594 10 11, of per e-mail: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. .

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Code vernieuwen
Vul bovenstaande code in
Als de code niet duidelijk genoeg is kunt u deze vernieuwen. Deze stap voorkomt onjuist gebruik door geautomatiseerde systemen.

© De Roever Omgevingsadvies 2011