Twee probleempunten voor bodem door Wabo en nieuwe Modelbouwverordening
Nieuws
maandag, 19 juli 2010 13:49

De VNG heeft recent de dertiende serie wijzigingen van de Modelbouwverordening 1992 (MBV) bekend gemaakt. Het is de bedoeling dat deze tegelijk met de Wabo in werking treedt. Voor het aspect bodem signaleren wij twee probleempunten. U kunt zich nu al hierop voorbereiden.

Ten eerste vervalt de mogelijkheid tot het vragen van een nader onderzoek om na te gaan of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Toch moet het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning vermelden of een vermoeden bestaat van ernstige bodemverontreiniging. Om dit zorgvuldig en eenduidig te doen, kunt u de uitgangspunten voor de beoordeling van een dergelijk vermoeden in het bodembeleid vaststellen.

Verder kan het aanleveren van het verkennend onderzoek worden uitgesteld tot drie weken voor de start van een bouwactiviteit. Als hiervoor wordt gekozen zou het verkennend bodemonderzoek binnen zeer korte termijn beoordeeld moeten worden.

Mogelijkheid tot vragen nader onderzoek bodemkwaliteit bij bouwaanvraag vervalt
In de Modelbouwverordening vervalt de mogelijkheid een nader bodemonderzoek te vragen om bouwen op verontreinigde bodem te voorkomen. Dit was eerder mogelijk op basis van artikel 2.1.5. Met de inwerkingtreding van de Wabo komt ook de aanhoudingsgrond in artikel 52a van de Woningwet te vervallen. Dit wordt in de Wabo vervangen door een afstemmingsregeling.

In de procedure voor een aanvraag voor een omgevingsvergunning kan dus geen nader bodemonderzoek worden gevraagd. Daarom moet op basis van een verkennend onderzoek een uitspraak worden gedaan of er een redelijk vermoeden is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. In de omgevingsvergunning vermeldt het bevoegd gezag of het een dergelijk vermoeden heeft (artikel 6.2c, lid 2 Wabo). In dat geval treedt de omgevingsvergunning niet eerder in werking dan nadat voldaan is aan de bepalingen voor nader onderzoek, een saneringsplan of een voornemen tot sanering uit de Wet bodembescherming (artikel 6.2c, lid 1 Wabo).

Wanneer is er nu een redelijk vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging op basis van het verkennend onderzoek? Is dat al bij een overschrijding van de tussenwaarde of pas bij overschrijding van de interventiewaarde? En wat te doen als puin in de bodem wordt aangetroffen? In de praktijk wordt met enige regelmaat asbest aangetroffen als er meer dan sporen puin aanwezig zijn. In het algemeen zal er echter uit het vooronderzoek geen asbestverdenking naar voren komen. Het in de bodem brengen van asbest als bijproduct van puin is immers vaak niet gedocumenteerd. In dat geval moet dus op basis van het aantreffen van puin een uitspraak worden gedaan of er een verdenking aanwezig is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest.

Wij adviseren u de uitgangspunten voor de beoordeling, of sprake is van een redelijk vermoeden van ernstige bodemverontreiniging in uw gemeentelijke bodembeleid, vast te stellen.

De achtergronden van deze wijziging treft u onder dit item aan.

Uitgestelde aanlevering verkennend onderzoek
Bij een aanvraag voor een bouwactiviteit moet in principe een bodemonderzoeksrapport worden overgelegd (artikel 2.4, sub d Regeling omgevingsrecht). In plaats daarvan kan, als de aard van het bouwplan daartoe aanleiding geeft, in de vergunning worden bepaald dat het bodemonderzoek binnen een termijn van drie weken voor de start van de bouwactiviteit wordt overgelegd (artikel 2.7, lid 3 Regeling omgevingsrecht).

Het later aanleveren van het bodemonderzoek kan tot problemen leiden. Bij de omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag dan alleen vermelden dat er geen vermoeden is van ernstige bodemverontreiniging. Als uit het later uitgevoerde onderzoek blijkt dat dit niet terecht is, zijn er op grond van de Wabo geen mogelijkheden om de bouw alsnog tegen te houden. Of sprake is van een geval van ernstige verontreiniging dient te worden bepaald door Gedeputeerde Staten. Zij hebben ook bevoegdheden om maatregelen te eisen ter bescherming van de bodem. In de Wet bodembescherming is een termijn van vijftien weken opgenomen waarbinnen een dergelijk besluit genomen moet zijn. De omgevingsvergunning is dan al in werking getreden. Om het knelpunt te voorkomen van een gestarte bouw, terwijl maatregelen op grond van de Wet bodembescherming moeten worden toegepast, zou het verkennend bodemonderzoek binnen zeer korte termijn beoordeeld moeten worden.

Voor een beoordeling van een bodemrapport (door een bodemspecialist) kunt u bij ons terecht. Wij garanderen tijdige afhandeling binnen de overeengekomen termijn.

Het blijft verstandig om voorafgaand aan het indienen van de bouwaanvraag al een verkennend onderzoek uit te laten voeren en te laten beoordelen. Dit kan de aanvrager een enorme besparing opleveren van tijd en kosten in het geval er sprake is van een al dan niet ernstige bodemverontreiniging die nader onderzoek vereist.

Achtergronden en analyse vervallen mogelijkheid tot vragen nader onderzoek bodemkwaliteit bij aanvraag bouwactiviteit
De achtergronden van de 13e serie wijzigingen van de Modelbouwverordening 1992 (MBV) hebben wij hierna voor u op een rijtje gezet.

Modelbouwverordening
In bijlage 1 van de 13e serie wijziging modelbouwverordening staat bij artikel 2.1.5 bodemonderzoek onder het kopje II Wijziging van de verordening: "De tekst van sub b wordt vervangen door: (vervallen)." Hieronder staat artikel 2.1.5 zoals het tot op heden was opgenomen, en waaruit lid b geschrapt wordt.

1. Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat uit:
a. de resultaten van een recent verkennend onderzoek verricht volgens NEN 5740, bijlage B, uitgave 1999, waarbij voor een terrein dat als verdacht geldt het onderzoeksrapport daarnaast nog bestaat uit de resultaten van een onderzoek volgens het gecombineerde protocol Bodemonderzoek milieuvergunningen en BSB (SDU, uitgave oktober 1993);
b. de resultaten van het nader onderzoek, verricht volgens het Protocol Nader Onderzoek deel 1 (SDU, uitgave 1994) of de Richtlijn Nader Onderzoek deel 1 (SDU, uitgave 1995), in het geval dat de resultaten van het verkennend onderzoek uitwijzen dat sprake is van bodemverontreiniging en voor de beoordeling van de ernst van deze verontreiniging een nader onderzoek, als bedoeld in het Protocol Nader Onderzoek deel 1 (SDU, uitgave 1994) of de Richtlijn Nader Onderzoek deel 1 (SDU, uitgave 1995), onontkoombaar is.
c. Indien op basis van het vooronderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of stof, in de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707, uitgave 2003.

Dit houdt in dat in de modelbouwverordening de mogelijkheid voor het opleggen van een nader onderzoek vervalt. In de toelichting staat hierover niets vermeld.

Woningwet (voorkomen bouwen op verontreinigde grond)
Artikel 52a van de Woningwet legt de verplichting op om een aanvraag om bouwvergunning aan te houden als blijkt dat de bodem ter plaatse van het te bouwen bouwwerk in zodanige mate is verontreinigd dan wel bij hen uit anderen hoofde een redelijk vermoeden bestaat dat overeenkomstig de Wet bodembescherming sprake is van een geval van ernstige verontreiniging.

Dit artikel uit de Woningwet komt met invoering van de Wabo te vervallen.

Wabo
In de Memorie van Toelichting bij de Invoeringswet Wabo is aangegeven dat in de plaats van de aanhoudingsgrond een afstemmingsregeling wordt opgesteld waarbij de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning wordt afgestemd op de acties ten aanzien van de bodemverontreiniging. Deze afstemmingsregeling is opgenomen in artikel 6.2c van de Wabo. Artikel 6.2c is hieronder opgenomen.

Artikel 6.2c Wabo, uitgestelde inwerkingtreding
1.
Onverminderd artikel 6.1 treedt een omgevingsvergunning met betrekking tot een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, indien het te bouwen bouwwerk een bouwwerk betreft als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Woningwet en het bevoegd gezag op basis van het onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 8, vierde lid, onderdeel c, van die wet, dan wel uit anderen hoofde een redelijk vermoeden heeft dat ter plaatse van het bouwwerk sprake is van een geval van ernstige verontreiniging als bedoeld in de Wet bodembescherming, niet eerder in werking dan nadat:
a.
op grond van artikel 29, eerste lid, in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming is vastgesteld dat geen sprake is van een geval van ernstige verontreiniging ten aanzien waarvan spoedige sanering noodzakelijk is en het desbetreffende besluit in werking is getreden,
b.
op grond van artikel 39, tweede lid, van de Wet bodembescherming met het saneringsplan, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, is ingestemd en het desbetreffende besluit in werking is getreden, of
c.
een melding van een voornemen tot sanering als bedoeld in artikel 39b, derde lid, van de Wet bodembescherming is gedaan en de bij of krachtens het vierde lid van dat artikel gestelde termijn is verstreken.
2.
Bij de omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, vermeldt het bevoegd gezag of het een vermoeden heeft als bedoeld in dat lid.

 

Reacties 

 
# Brian Abma 20-07-2010 12:23
Ik zie niet zoveel problemen. Uit het verkennend onderzoek blijkt of er nader onderzoek noodzakelijk is of niet. Als het noodzakelijk is kun je stellen dat er kans is op ernstigeverontr einiging . Dus dan moet de vergunning worden aangehouden totdat of het tegendeel is bewezen ( dus een nader onderzoek) of je gaat het saneringstrajec t in , dit wordt vanzelfspreken vooraf gegaan door een nader onderzoek.
Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
 
 
# Servé de Graaf 22-07-2010 08:00
Beste Brian,

Bedankt voor je reactie. Voor jullie is het criterium voor nader onderzoek dus meteen het criterium voor een redelijk vermoeden van ernstige bodemverontrein iging. Dat is een duidelijk uitgangspunt. Heb je ook nog nagedacht over de relatie tussen puin en asbest in de bodem? Vinden jullie de aanwezigheid van puin een reden om asbest, en mogelijk een ernstig geval van bodemverontrein iging, te verwachten?

Ik ben ook benieuwd hoe anderen daarmee omgaan, ik hoop dat er nog meer mensen willen reageren.
Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
 
 
# Hugo van der Donk 22-07-2010 20:38
Hoi Serve,
Ik ben het ook eens met Brian dat dit niet tot problemen hoeft te leiden. De aanwezigheid van puin (met name aangetroffen in de fractie < 16 mm) is een aanleiding tot het verwachten van een verontreiniging met asbest boven de restconcentrati enorm. Derhalve vind ik dat in het verkennend onderzoek een mengmonster moet worden samengesteld van grondlagen, waarin puin vanaf matige bijmengingen voorkomen, en geanalyseerd moet worden op een kwalitatieve / kwantitatieve asbestanalyse
Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
 
 
# Hugo van der Donk 22-07-2010 20:39
vervolg.......asbestanalyse (herhaling)
Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
 
 
# Hugo van der Donk 22-07-2010 20:40
......
Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
 
 
# Hugo van der Donk 22-07-2010 20:41
Mijn reactie publiceert ie maar half. Ik heb het al 3 keer geprobeerd. Jammer.
Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
 
 
# Hugo van der Donk 22-07-2010 20:42
poging 3.....
Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
 
 
# Hugo van der Donk 22-07-2010 20:43
.......
Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
 
 
# Hugo van der Donk 22-07-2010 20:43
Ik geef het op. Serve, we discussieren een keer ergens anders.
Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
 
 
# Servé de Graaf 23-07-2010 11:39
Beste Hugo,

Wij hebben allebei wel een beeld hoe je om moet gaan met puin in de bodem. Ik ben benieuwd hoe er door anderen mee omgegaan wordt.
Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
 
 
# Robin Vink 17-08-2010 11:04
Heel laat haak ik in.... Brian heeft een goede voorzet gegeven. Ik zou dan ook bij hem aan willen sluiten.
Nu het puin+asbest verhaal:
Het belang van een GOED historisch onderzoek neemt toe, ook VROM heeft dat ontdekt (circulaire).
Uit dat HO zou kunnen blijken of de locatie asbestverdacht is, en natuurlijk of de kans op andere verontreiniging en groot of klein is....
Een goed HO, ècht conform de NEN dus!
Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Code vernieuwen
Vul bovenstaande code in
Als de code niet duidelijk genoeg is kunt u deze vernieuwen. Deze stap voorkomt onjuist gebruik door geautomatiseerde systemen.

© De Roever Milieuadvisering 2010