Bodem: generiek of specifiek beleid
Nieuwsoverzicht
15 september 2010, 08:22

Kiest uw gemeente voor generiek beleid of voor gebiedsspecifiek beleid op grond van het Besluit bodemkwaliteit? Wij hebben de overwegingen waarop deze keuze kan worden gebaseerd voor u op een rij gezet. Wat blijkt? Mogelijk bespaart u kosten door nu te investeren in gebiedsspecifiek beleid!

Inleiding
Op grond van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) kan een gemeente kiezen voor gebiedsspecifiek beleid. Ook kan bewust generiek beleid worden toegepast. Als de gemeente geen keuze maakt, geldt het generieke beleid. Heeft u deze afweging al gemaakt?

Bodemfunctiekaart
Gemeenten zijn verplicht om een bodemfunctiekaart te hebben vastgesteld (art. 55 Bbk). Het opstellen van de bodemfunctiekaart was of is een goed tijdstip om de afweging tussen generiek en gebiedsspecifiek beleid te maken. Ook nadat u die kaart heeft vastgesteld kunt u deze keuze nog maken.

Generiek beleid
Als voor generiek beleid wordt gekozen, is een bodemfunctiekaart voldoende. In dat geval hoeft geen bodemkwaliteitskaart te worden opgesteld! Als u kiest voor het generieke beleid, kunt u wel een bodemkwaliteitskaart op (laten) stellen.

Zonder bodemkwaliteitskaart geldt dat degene die voornemens is grond of baggerspecie toe te passen de bodemkwaliteitsklasse moet vaststellen (art. 58 Bbk). Zonder bodemkwaliteitskaart moet degene in veel gevallen dus (extra) kosten maken om de kwaliteit te laten onderzoeken van zowel de ontvangende bodem als de te ontgraven bodem. De extra kosten beperken zich niet tot particulieren en bedrijven. Als de gemeente grond wil toepassen, zijn dit extra kosten voor de gemeente zelf.

Bodemkwaliteitskaart
Met een bodemkwaliteitskaart is veelal geen aanvullende onderzoek nodig. Als de gemeente vaker grond (of baggerspecie) toepast, betaalt het opstellen van een bodemkwaliteitskaart zichzelf dus terug. Een bodemkwaliteitskaart vergemakkelijkt grondstromen binnen de gemeente.

Bij het opstellen van een bodemkwaliteitskaart wordt een gemeente opgedeeld in deelgebieden (of zones). Per deelgebied moet de bodemkwaliteitsklasse worden bepaald. Bij de gemeente is al veel informatie beschikbaar. Hierdoor kan in het algemeen een bodemkwaliteitskaart worden opgesteld zonder dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is.

Generiek beleid met bodemkwaliteitskaart
In veel gemeenten voldoet de kwaliteit van het gehele gemeentegebied aan de achtergrondwaarde. Als gebruik wordt gemaakt van generiek beleid (en een bodemkwaliteitskaart) betekent dit dat binnen de gemeente alleen grond die voldoet aan de achtergrondwaarde mag worden toegepast.

De kwaiteit van grond of baggerspecie die toegepast gaat worden moet voldoen aan de kwaliteit en aan de functie van de zone waarop het materiaal wordt toegepast. De strengste/schoonste klasse is daarbij leidend. Een voorbeeld: als de bodem in een zone voldoet aan de achtergrondwaarde (de kwaliteitsklasse is dan landbouw/natuur) en de zone heeft de functieklasse wonen (bijvoorbeeld een woonwijk), dan mag alleen grond of baggerspecie met de kwaliteit landbouw/natuur worden toegepast.

De kwaliteit van de grond ter plaatse van een deelgebied wordt ingedeeld op basis van de gemiddelde kwaliteit van de gemeten stoffen. Als de gemiddelde kwaliteitklasse achtergrondwaarde is, dan worden er ongetwijfeld locaties aangetroffen waarbij de grond niet voldoet aan de achtergrondwaarde. Als deze grond zou zijn bemonsterd en geanalyseerd, dan kan deze grond niet worden toegepast binnen de gemeentegrenzen. De grond moet in dit geval tegen hoge kosten worden afgevoerd naar een verwerker. Dit kan worden voorkomen door gebiedsspecifiek beleid.

Gebiedspecifiek beleid
Op basis van het ‘stand-still’ principe is het uitgangspunt dat de kwaliteit van een gebied niet mag verslechteren. Het zou dan geen probleem hoeven te zijn om grond die niet voldoet aan de achtergrondwaarde elders binnen dezelfde gemeente toe te passen. Om dit mogelijk te maken moet gebiedsspecifiek beleid worden opgesteld.

Als wordt gekozen voor het gebiedsspecifiek beleid dan moet een bodemkwaliteitskaart worden opgesteld (art. 47 Bbk). Op grond van de bodemkwaliteitskaart en het gebiedspecifieke beleid kan de grond die niet voldoet aan de achtergrondwaarde wel binnen de gemeentegrenzen worden toegepast. Hiermee worden hoge afvoerkosten voorkomen. De kosten voor het opstellen van gebiedsspecifiek beleid zijn in dat geval snel terugverdiend.

Conclusie
Als wordt gekozen voor generiek beleid zonder bodemkwaliteitskaart, dan heeft dit financiële gevolgen voor degene die grond wil toepassen. Als wordt gekozen voor generiek beleid met bodemkwaliteitskaart, dan kan dit leiden tot hoge(re) afvoerkosten van grond die anders wel zou kunnen worden toegepast. Deze kosten kunnen worden voorkomen door te kiezen voor gebiedsspecifiek beleid.

Wat de juiste keuze is, hangt af van verschillende factoren binnen een gemeente. Het is aan uw gemeente om een goed afgewogen keuze te maken voor generiek beleid of voor gebiedsspecifiek beleid.


Wilt u meer weten over dit onderwerp, dan kunt u contact opnemen met Servé de Graaf of (invalid contact id), onze senior-adviseurs op het gebied van bodem, telefonisch via 073 594 10 11 of per  e-mail: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. of (invalid contact id). U kunt hieronder ook reageren op dit artikel.

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Code vernieuwen
Vul bovenstaande code in
Als de code niet duidelijk genoeg is kunt u deze vernieuwen. Deze stap voorkomt onjuist gebruik door geautomatiseerde systemen.

© De Roever Omgevingsadvies 2011