Tweede tranche Activiteitenbesluit, gemakkelijker kunnen we het niet maken???
Nieuwsoverzicht
13 december 2010, 09:12

Met de aanstaande wijziging van het Activiteitenbesluit wordt de regelgeving voor veel situaties aanmerkelijk complexer. Wij illustreren dit met een artikel dat uitsluitend gaat over het deel van de wijziging dat betrekking heeft op de opslag van goederen. De term goederen omvat niet alleen bulkgoederen zoals grind maar ook bijvoorbeeld bouwstoffen, licht verontreinigde grond, baggerspecie, autowrakken en metalen.

Het Besluit tot wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (afvalgerelateerde activiteiten in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer)
Op 23 november 2010 is een wijziging van het Activiteitenbesluit gepubliceerd. De planning is dat deze wijziging op 1 januari 2011 in werking treedt, maar inmiddels is duidelijk dat nog niet vaststaat dat deze datum haalbaar is.

Volgens de aankondiging heeft dit wijzigingsbesluit betrekking op afvalgerelateerde activiteiten. Dit wijzigingsbesluit werkt echter ook door op andere activiteiten. Hierdoor is het ook van belang voor vergunningverleners en handhavers die niets te maken hebben met afvalgerelateerde bedrijven.

Complicerende factor is dat tot nu toe de wijziging van de Regeling die behoort bij de wijziging van het Besluit niet is gepubliceerd. In deze nieuwsbrief gaan we daarom uit van de teksten zoals die in het ontwerp van de wijziging van de Regeling zijn opgenomen. De teksten van de definitieve regeling kunnen hiervan afwijken.

Op- en overslag van inerte goederen onder hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit
De artikelen over de op- en overslag van inerte goederen worden met dit wijzigingsbesluit verplaatst van hoofdstuk 4 naar hoofdstuk 3. Inerte goederen zijn goederen die geen bodembedreigende stoffen, gevaarlijke stoffen of CMR-stoffen zijn. De belangrijkste milieubelasting die sommige inerte goederen kunnen veroorzaken komt voort uit stuifgevoeligheid. De voorschriften hebben dan ook met name hierop betrekking. De voorschriften voor inerte goederen gelden voor type A, B en C-inrichtingen. Na het inwerkingtreden van dit deel van het Activiteitenbesluit mogen in vergunningen geen voorschriften voor de opslag van inerte goederen in een Wm- of omgevingsvergunning worden opgenomen. Alleen inrichtingen waartoe een gpbv-installatie behoort zijn hiervan uitgezonderd. Bij het opstellen van vergunningen die na inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit worden gepubliceerd, moet hiermee rekening worden gehouden.

De volgende goederen worden op grond van artikel 3.31 van het Activiteitenbesluit juncto artikel 3.50, vierde lid, van (het ontwerp van de wijziging van) de regeling in ieder geval als inerte goederen aangemerkt voor zover geen verontreiniging met bodembedreigende stoffen heeft plaatsgevonden:

  1. bouwstoffen zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit, die toepasbaar zijn binnen dat besluit, anders dan IBC-bouwstoffen als bedoeld in dat artikel;
  2. grond en baggerspecie als bedoeld in artikel 39 van het Besluit bodemkwaliteit;
  3. grond en baggerspecie die ter plaatse van de opslag voldoet aan de eisen van de artikelen 52, 59 of 60 van het Besluit bodemkwaliteit;
  4. ongeshredderd A- en B-hout;
  5. ongeshredderd snoeihout;
  6. banden van voertuigen;
  7. autowrakken die geen vloeistoffen bevatten;
  8. straatmeubilair;
  9. tuinmeubilair;
  10. aluminium, ijzer, roestvrij staal;
  11. kunststof anders dan gebruikte tuinbouwfolie;
  12. kunststofgeïsoleerde kabels anders dan oliedrukkabels, gepantserde papier-loodkabels en papiergeïsoleerde grondkabels;
  13. papier en karton;
  14. textiel en tapijt, en
  15. vlakglas.

Zoals nu geformuleerd is dit dus geen limitatieve lijst. Ook de op- en overslag van andere inerte goederen vallen onder hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit.

Deze opsomming lijkt uitsluitsel te geven in veel discussies, maar is dat ook zo? In onze nieuwsbrief van 25 mei 2010 hebben we al aandacht besteed aan de discussie die kan gaan spelen doordat in deze lijst grond is opgenomen).

Categorie-2 grond volgens het Bouwstoffenbesluit komt wat betreft samenstellingswaarden redelijk overeen met grond met de kwaliteitsklasse “industrie” volgens het Besluit bodemkwaliteit. Categorie 2 grond was grond die volgens de definitie licht uitloogde en dus op grond van de NRB wordt aangemerkt als bodembedreigend en met bodembeschermende voorzieningen moest worden opgeslagen en/of toegepast. In dit besluit kan deze grond worden aangemerkt als inert als de grond wordt opgeslagen op grond met de kwaliteitsklasse "industrie". Bodembeschermende voorzieningen zijn dan niet nodig. Deze redenering is voor grond nog te volgen, maar roept wel de vraag op hoe je andere stoffen beoordeelt als bij grond, afhankelijk van de kwaliteit van de ondergrond, uitloging en uitspoeling wel worden geaccepteerd. Wilt u de volledige tekst van de nieuwsbrief van 25 mei 2010 over grond- en baggerdepots lezen, klik dan hier.

Op- en overslag van andere goederen dan inerte goederen
Dit onderdeel verdient extra aandacht. In het Activiteitenbesluit zoals dat nu geldt, is hoofdstuk 3 van toepassing op alle inrichtingen (type A, B én C), uitgezonderd inrichtingen waartoe een gpbv-installatie behoort. Na de wijziging zijn de voorschriften in hoofdstuk 3 voor op- en overslag van andere goederen dan inerte goederen alleen van toepassing op type B-inrichtingen en in bijzondere situaties voor type C-inrichtingen.

Op- en overslag van andere goederen dan inerte goederen bij inrichtingen type B
Dit onderwerp gaat volgens de nota van toelichting vooral om bodembedreigende stoffen die geen gevaarlijke stoffen zijn. In de nota van toelichting worden genoemd:

  • autowrakken die gevaarlijke stoffen of voorwerpen bevatten;
  • beschadigde apparaten waaruit vloeistoffen kunnen lekken;
  • goederen die kunnen uitlogen;
  • licht verontreinigde grond en baggerspecie.

In het ontwerp van de Regeling is in artikel 3.50 nader uitgewerkt wat wordt verstaan onder bodembedreigende stoffen. De definitieve tekst moet worden afgewacht, maar ook hier betreft het geen limitatieve lijst (artikel 3.34, 10de lid van het Besluit).

Ook de opslag van asbest is in deze paragraaf meegenomen, waarbij het uitgangspunt is dat bijna in alle gevallen voor de opslag van asbest een omgevingsvergunning nodig is en asbest bij een inrichting type B alleen kan voorkomen bij een gemeentelijk inzamelpunt. Ook het composteren van eigen materiaal voor inrichtingen type B wordt genoemd, waarbij wordt verwezen naar het Besluit landbouw milieubeheer.

Op- en overslag van andere goederen dan inerte goederen bij inrichtingen type C
Bij inrichtingen type C zijn de voorschriften voor op- en overslag van andere goederen dan inerte goederen alleen van toepassing op autodemontagebedrijven, een zuiveringstechnisch werk of een gemeentelijk inzamelpunt voor afvalstoffen. In de vergunningen voor deze categorieën van inrichtingen worden na wijziging van het Besluit geen voorschriften opgenomen die betrekking hebben op de op- en overslag van deze materialen. Bij alle andere inrichtingen moeten deze voorschriften nog wel aan de omgevingsvergunning worden verbonden.

De lozing van afvalwater afkomstig van de op- en overslag van andere goederen dan inerte goederen bij inrichtingen type C wordt wel onder paragraaf 3.3.6 geregeld. Voorschriften hiervoor hoeven dus niet meer in de omgevingsvergunning te worden opgenomen. Uiteraard geldt ook hier de algemene uitzondering voor inrichtingen waartoe een gpbv-installatie behoort.

 

Reacties 

 
# R. Schoots 04-01-2011 11:00
Een vraag je over art. 3.31, het lijstje met inerte stoffen, .: nummer 12: Hoe moet ik dit lezen:
-alleen kunsstofkabels zijn inert en de overige genoemden kabels ( dus de opsomming die achter: "anders dan"' staat) zijn niet inert, m.a.w. i.p.v "anders dan" had hier ook kunnen staan : " niet zijnde"
-of alleen oliedrukkables zijn niet inert, maar de rest van de genoemde kables wel wel ? Ik vind deze juridische opsomming een beetje dubbelzinnig dus.
Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
 
 
# Erik Spierings 13-01-2011 09:37
Oliedrukkabels worden genoemd in de lijst van goederen waaruit bodembedreigende stoffen kunnen lekken. Gepantserde papier- en loodkabels en papiergeïsoleerde grondkabels worden genoemd in de lijst met goederen waaruit bodembedreigende stoffen kunnen uitlogen. Deze afvalstoffen vallen dus niet onder de inerte goederen. De resterende kunststofgeïsoleerde kabels (zeg maar de reguliere elektriciteitskabels) vallen onder de inerte goederen.
Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Code vernieuwen
Vul bovenstaande code in
Als de code niet duidelijk genoeg is kunt u deze vernieuwen. Deze stap voorkomt onjuist gebruik door geautomatiseerde systemen.

© De Roever Omgevingsadvies 2011