| Tweede tranche Activiteitenbesluit, gemakkelijker kunnen we het niet maken??? |
| Nieuwsoverzicht |
| 13 december 2010, 09:12 |
|
Met de aanstaande wijziging van het Activiteitenbesluit wordt de regelgeving voor veel situaties aanmerkelijk complexer. Wij illustreren dit met een artikel dat uitsluitend gaat over het deel van de wijziging dat betrekking heeft op de opslag van goederen. De term goederen omvat niet alleen bulkgoederen zoals grind maar ook bijvoorbeeld bouwstoffen, licht verontreinigde grond, baggerspecie, autowrakken en metalen. Het Besluit tot wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (afvalgerelateerde activiteiten in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer) Volgens de aankondiging heeft dit wijzigingsbesluit betrekking op afvalgerelateerde activiteiten. Dit wijzigingsbesluit werkt echter ook door op andere activiteiten. Hierdoor is het ook van belang voor vergunningverleners en handhavers die niets te maken hebben met afvalgerelateerde bedrijven. Complicerende factor is dat tot nu toe de wijziging van de Regeling die behoort bij de wijziging van het Besluit niet is gepubliceerd. In deze nieuwsbrief gaan we daarom uit van de teksten zoals die in het ontwerp van de wijziging van de Regeling zijn opgenomen. De teksten van de definitieve regeling kunnen hiervan afwijken. Op- en overslag van inerte goederen onder hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit De volgende goederen worden op grond van artikel 3.31 van het Activiteitenbesluit juncto artikel 3.50, vierde lid, van (het ontwerp van de wijziging van) de regeling in ieder geval als inerte goederen aangemerkt voor zover geen verontreiniging met bodembedreigende stoffen heeft plaatsgevonden:
Zoals nu geformuleerd is dit dus geen limitatieve lijst. Ook de op- en overslag van andere inerte goederen vallen onder hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit. Deze opsomming lijkt uitsluitsel te geven in veel discussies, maar is dat ook zo? In onze nieuwsbrief van 25 mei 2010 hebben we al aandacht besteed aan de discussie die kan gaan spelen doordat in deze lijst grond is opgenomen). Categorie-2 grond volgens het Bouwstoffenbesluit komt wat betreft samenstellingswaarden redelijk overeen met grond met de kwaliteitsklasse “industrie” volgens het Besluit bodemkwaliteit. Categorie 2 grond was grond die volgens de definitie licht uitloogde en dus op grond van de NRB wordt aangemerkt als bodembedreigend en met bodembeschermende voorzieningen moest worden opgeslagen en/of toegepast. In dit besluit kan deze grond worden aangemerkt als inert als de grond wordt opgeslagen op grond met de kwaliteitsklasse "industrie". Bodembeschermende voorzieningen zijn dan niet nodig. Deze redenering is voor grond nog te volgen, maar roept wel de vraag op hoe je andere stoffen beoordeelt als bij grond, afhankelijk van de kwaliteit van de ondergrond, uitloging en uitspoeling wel worden geaccepteerd. Wilt u de volledige tekst van de nieuwsbrief van 25 mei 2010 over grond- en baggerdepots lezen, klik dan hier. Op- en overslag van andere goederen dan inerte goederen Op- en overslag van andere goederen dan inerte goederen bij inrichtingen type B
In het ontwerp van de Regeling is in artikel 3.50 nader uitgewerkt wat wordt verstaan onder bodembedreigende stoffen. De definitieve tekst moet worden afgewacht, maar ook hier betreft het geen limitatieve lijst (artikel 3.34, 10de lid van het Besluit). Ook de opslag van asbest is in deze paragraaf meegenomen, waarbij het uitgangspunt is dat bijna in alle gevallen voor de opslag van asbest een omgevingsvergunning nodig is en asbest bij een inrichting type B alleen kan voorkomen bij een gemeentelijk inzamelpunt. Ook het composteren van eigen materiaal voor inrichtingen type B wordt genoemd, waarbij wordt verwezen naar het Besluit landbouw milieubeheer. Op- en overslag van andere goederen dan inerte goederen bij inrichtingen type C De lozing van afvalwater afkomstig van de op- en overslag van andere goederen dan inerte goederen bij inrichtingen type C wordt wel onder paragraaf 3.3.6 geregeld. Voorschriften hiervoor hoeven dus niet meer in de omgevingsvergunning te worden opgenomen. Uiteraard geldt ook hier de algemene uitzondering voor inrichtingen waartoe een gpbv-installatie behoort. |
Reacties
-alleen kunsstofkabels zijn inert en de overige genoemden kabels ( dus de opsomming die achter: "anders dan"' staat) zijn niet inert, m.a.w. i.p.v "anders dan" had hier ook kunnen staan : " niet zijnde"
-of alleen oliedrukkables zijn niet inert, maar de rest van de genoemde kables wel wel ? Ik vind deze juridische opsomming een beetje dubbelzinnig dus.