Gezondheidsaspecten bij beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning

By 19 april 2017Nieuws

Tussen 2009 en 2011 is verkennend onderzoek uitgevoerd naar intensieve veehouderij en gezondheid (IVG). In dit onderzoek zijn duidelijke aanwijzingen gevonden voor gezondheidseffecten bij omwonenden van veehouderijen.

Op 30 november 2012 heeft de Gezondheidsraad een gezondheidskundige waarde van 30 EU/m3 voorgesteld voor de maximale blootstelling van endotoxine in de buitenlucht. Daarnaast is door de Gezondheidsraad geadviseerd om aanvullend onderzoek: veehouderij en gezondheid (VGO) te verrichten.

In de periode 2012-2016 is aanvullend onderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn op 7 juli 2016 gepresenteerd, middels de onderzoeksrapporten ‘Veehouderij en gezondheid omwonende (VGO) en ‘Emissies van endotoxine uit de Veehouderij’. Sinds de publicatie van deze rapporten buigt het Rijk zich over de ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine.

Vanuit de provincie Noord-Brabant is op 16 juli 2011 besloten op een ondersteuningsteam op te richten, onder de vlag van het Bestuurlijk platform Omgevingsrecht (BPO)-speerpunt: Transitie zorgvuldige veehouderij. Hier hebben medewerkers van provincie, GGD, omgevingsdiensten en enkele gemeenten zitting in. Door dit BPO-speerpunt is in april 2016 de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid’ opgesteld en verspreid. Deze handreiking bestaat uit een acht stappenplan waarmee het bevoegd kan beoordelen of er een verhoogd risico voor de volksgezondheid zou kunnen optreden bij vergunningverlening en of aanvullende advisering vanuit de GGD wenselijk is.

Op 25 november 2016 is door het BPO-speerpunt, naar aanleiding van eerdergenoemde onderzoeksresultaten, de ‘Notitie Handelingsperspectieven veehouderij en Volksgezondheid: endotoxine toetsingskader 1.0’ verspreid.

Op basis van dit endotoxine toetsingskader 1.0 kan voor iedere vergunningaanvraag van een individuele varkens- of pluimveehouderij worden bepalen of de endotoxine-blootstelling naar de omgeving te hoog zal zijn of niet. Te hoog betekend hierbij dat de blootstelling hoger is dan de advieswaarde van 30 EU/m3. Hierbij dient overigens niet alleen de individuele blootstelling van de veehouderij te worden betrokken, maar ook het cumulatieve effect met veehouderijen in de nabije omgeving. Naast het traject van vergunningen kan het endotoxine toetsingskader 1.0 ook in het kader van de ruimtelijke ordening worden toegepast.

Verder geeft het toetsingskader het bevoegd gezag handvaten, om bij overschrijding van de advieswaarde, in gesprek te gaan met de veehouderij. Afhankelijk van de uitkomst van deze dialoog kan het vervolg van de aanvraag bepaald worden. Er is nog geen wettelijk toetsingskader beschikbaar voor endotoxine en het is dus aan het bevoegd gezag om een bestuurlijke afweging te maken hoe zij het toetsingskader concreet willen toepassen. Ook over de juridische houdbaarheid van het toetsingskader bestaat volop discussie.

Kortom, volop stof tot nadenken.